
Vastgoedmarkt, 18 maart 2026 – Investeerder Wim Beelen heeft grote plannen met de doorstart van plantenkwekerij Jongerius in Houten. Een nieuwe, innovatieve boerderij moet bijdragen aan oplossingen rond ruimte, energie, stikstof en de woningnood. ‘Een vastgoedman doet keer op keer hetzelfde, ik niet.’
Plantenkwekerij Jongerius ging in de laatste dagen van 2025 over de kop, even daarna kreeg Beelen een telefoontje met de vraag of hij de activiteiten van de kwekerij – inclusief project Tuin Op Tafel en Jongerius Onroerend Goed bv – wilde overnemen. Daar hoefde hij naar eigen zeggen niet lang over na te denken. ‘Ik zei meteen: wat geweldig. Voeding in Nederland is lang niet zo gezond als gezegd wordt, en nu krijg ik de kans om daar zelf iets aan te doen. Dat is toch leuk’, zegt Beelen.
Hij is geen vastgoedman, benadrukt hij. Dat maakt het geen verrassing dat hij de agrarische sector in stapt. ‘Jullie hebben me in 2022 geselecteerd als vastgoedpersoon van het jaar, maar ik dacht: dat moet je niet doen’, zegt Beelen. Hij geeft toe dat hij een aantal mooie vastgoedprojecten heeft ontwikkeld. ‘Maar een vastgoedman doet keer op keer hetzelfde. Die bouwt bijvoorbeeld steeds heel veel huisjes van 50 m2, wat ik overigens misdadig vind. Hoe kun je een gezin wegstoppen in 50 m2? Mensen hebben de ruimte nodig om mens te mogen zijn.’ Beelen is een ondernemer, of zoals hij het zelf omschrijft: creatief. ‘Ik wil gewoon mooie bedrijven maken, of mooie bedrijven helpen.’
Dit nieuwe bedrijf genaamd ‘De Houtense Boerderij’ heeft voornamelijk een maatschappelijke functie. Beelen wil er een ‘boerderij anno 2026’ maken, waar gezond en betaalbaar voedsel kweken de belangrijkste doelstelling is.
Overname
Larendael nam de grond van Jongerius over, inclusief alles wat erop stond, zoals kassen en machines. De machines werden afgelopen weken gekeurd, opgeknapt en zo nodig vervangen. ‘Zo’n bedrijf gaat failliet en had natuurlijk al een tijdje geldnood. Nu zijn de machines weer gangbaar gemaakt en we zijn zelfs al begonnen met zaaien, binnen een paar weken verwachten we de eerste oogst’, zegt Beelen.
Na de overname van Jongerius, volgde nog twee deals om het terrein uit te breiden, zodat het nu ongeveer 35 hectare omvat. Het gaat om de Fortweg 5 en om de Essenkade 2-4, waarvan de laatstgenoemde locatie door de gemeente werd aangewezen als mogelijke AZC-locatie. ‘Mensen denken misschien dat ik tegen een AZC ben, maar dat is helemaal niet zo. Ik ben ertegen om veel zwaar getraumatiseerde mensen bij elkaar weg te stoppen in kleine donkere ruimtes zonder verbinding met de omgeving’, zegt Beelen.
‘Boerderij met alle facetten’
De woningen die op deze aangekochte grond staan, wil hij beschikbaar maken voor mensen die het ‘even moeilijk hebben’. Daarbij ontwikkelt Larendael er een boerencamping, die net als de woningen voor deze groep mensen een uitvalsbasis moet bieden. ‘Zij kunnen een paar uur per dag bij ons komen werken, want als je het mentaal moeilijk hebt en je gaat thuis in een hokje zitten, dan word je niet beter. Als je met je handen kunt werken en je dagelijks tussen de mensen begeeft, voel je je verbonden en daar ben je veel meer mee geholpen.’
Op de rest van het terrein komt een belevingscentrum, Beelen omschrijft dit als ‘een boerderij met alle facetten die daarbij horen’. De kassen die er al staan, worden aangevuld met een vertical farm, en ze gaan er telen in de buitenlucht. Verder komt er dus een restaurant, supermarkt, speeltuin en camping. Naast groenten kweken, gaan ze er dieren houden voor veeteelt. Naast dit alles wil Beelen hier een innovatieve campus bouwen waar ruimte is voor een veertigtal start-ups, inclusief kantoorruimte, laboratorium en een datacenter. ‘Daarin kunnen wij ook mee participeren, als daar behoefte aan is.’
Bundeling van functies ook bij eerdere projecten
De bundeling van verschillende functies binnen één project komt bekend voor, dit deed hij eerder ook bij het huidige CTPark in Amsterdam. Een groot logistiek project dat Larendael in 2022 opleverde. ‘Daar kreeg ik behoorlijk wat kritiek op vanuit de vastgoedwereld, omdat het tegendraads zou zijn’, zegt Beelen. Dit distributiecentrum heeft een andere infrastructuur van logistiek, en biedt ruimte voor productie. ‘Er zit een verticale tuin voor voedselproductie in, we wekken er stroom op dat we met de omgeving delen, er zit een fantastisch kantoor, je kunt er parkeren met fiets, auto en vrachtauto, je kunt er komen met de boot, bedrijven kunnen er samenwerken om gebundeld transport naar de stad te krijgen. Die bundeling van functies heb ik bedacht’, zegt Beelen. Hij vertelt dat er over twee jaar nog een paar van dit soort projecten komen. ‘Het is niet mijn bedoeling om mensen te schofferen of te shockeren, maar de vastgoedsector noemt dit vaak een ondeugdelijk project en dat is niet zo. Alle facetten zitten erin en het is zelfvoorzienend. Daarmee heb ik blijkbaar een trend gezet, want vandaag vinden we dat allemaal ineens belangrijk, maar toen ik het in 2019 ontwierp – zonder veel ervaring met logistieke ontwikkelingen – was niemand daarmee bezig.’
Vaste patronen
‘Tegendraads zijn’ of het bewust anders doen dan gebruikelijk is in de markt is voor Beelen geen streven. ‘Ik ben creatief, dat betekent niet dat ik zo goed ben of iets in die trant, maar het is iets wat ik in me heb. Ik kijk naar een businessmodel en als ik het gaaf vind en er een kans in zie, maak ik er werk van.’ De markt denkt vaak in vaste patronen, voegt hij toe. ‘Een nieuwe infrastructuur, vraagt om een hele nieuwe manier van werken. Een multinational die gewend is om met een vrachtauto te rijden, stapt niet over op gebundeld transport met elektrische busjes voordat het bewezen is dat dit efficiënter is. Daarom is de wereld vertraagd en in de vastgoedsector is dat nog veel schokkender eigenlijk. In vastgoed vraagt men zich niet af wat de eindgebruiker wil, zoals in wat voor huis een bewoner wil wonen, of in wat voor gebouw een bedrijf wil trekken. Nee, in de vastgoedsector maakt men een product waar een investeerder in wil beleggen – dat is meteen de reden waarom ik mezelf niet zie als vastgoedman en niet vastgoedpersoon van het jaar wilde worden’, zegt Beelen.
Meerdere vliegen in één klap
Het concept van De Houtense Boerderij en het productieproces wat erbij hoort, slaat volgens Beelen meerdere vliegen in één klap. ‘We hebben in Nederland een aantal grote problemen: ruimte, energie, huizen en stikstof.’ Deze vier uitdagingen kunnen volgens hem op een simpele manier opgelost worden, waar hij een voorbeeld voor wil zetten met De Houtense boerderij.
Hij wijst naar de exportcijfers van de Nederlandse voedingsproductie. ‘We exporteren 80 procent van de agro-industrie, dus 80 procent van onze landbouwruimte wordt niet voor eigen behoefte gebruikt’, zegt hij. Niet alleen ruimte als fysiek gegeven in de vorm van grond, maar ook ruimte op het stroomnet, benadrukt Beelen. ‘Al die agrarische bedrijven fikken energie op, terwijl dus maar 20 procent van die energie voor Nederlandse productie bedoeld is’, zegt hij.
Energiehub voor de omgeving
Plantenkwekerij Jongerius betaalde bijvoorbeeld een half miljoen aan energiekosten per maand. ‘Ik heb de facturen gezien, en dan is dit nog een klein bedrijfje ten opzichte van sommige anderen’, zegt Beelen. Hij wil dit anders aanpakken door onder andere een datacenter te bouwen die de warmte aan de kassen verzorgd, een batterij-opslag waar de zelf opgewekte stroom wordt opgevangen. ‘Daarmee willen wij een enrgiehub worden voor de omgeving’, zegt Beelen. Deze twee pijlers – innovatie en energie – worden de grootste inkomstenbron en zorgen er volgens hem voor dat de boerderij een duurzaam bedrijf wordt.
Arbeidsmigranten
Beelen vervolgt dat ook 80 procent van de productiviteit van arbeidsmigranten in de voedingsindustrie naar andere landen vloeit. ‘Die mensen worden gehuisvest is “polenhotels”, maar ook met te veel bij elkaar in gewone woonhuizen. Maar we hebben een enorm huizenprobleem. Hoe gestoord zijn wij in Nederland dat we in zo’n klein kikkerlandje als dit, honderdduizenden arbeidsmigranten huisvesten, en hen dan ook nog aan het werk te zetten om het overgrote deel van de voedselproductie te exporteren’, vraagt Beelen zich af. Als Nederland alleen nog maar voor eigen consumptie zou produceren, zou volgens hem slechts de helft van de boeren nodig zijn. ‘En dus de helft van de bezetting van de agrarische grond, energie, en geen arbeidsmigranten.’
Educatie
Daartegenover importeert Nederland voedsel uit landen waar de eisen en regelgeving rond productie anders zijn. ‘We weten niet hoeveel rotzooi ze in hun grond hebben, en die producten eten wij op. En wat zie je met de ziektekosten gebeuren, die rijzen de pan uit. Een groot deel van gezondheid begint bij goede voeding. Wij willen hier laten zien hoe écht gezonde voeding gemaakt wordt’, zegt Beelen.
Dit ‘laten zien hoe dat gebeurt’ reikt verder dan het productieproces zelf. Beelen wil dat de Houtense Boerderij namelijk ook een educatieve functie krijgt voor kinderen. ‘Zij weten niet meer hoe voedsel groeit, hoe een varken leeft en waar een komkommer vandaan komt. Hoe leuk is het om dan ruimte te geven aan educatie en kinderen daar weer over te leren’, zegt Beelen. Larendael werkt momenteel aan een pad waar kinderen kunnen rondlopen en leren over het productieproces van de boerderij.
Financiële plaatje
‘Ik vind dit project briljant en ben hartstikke blij dat we het konden kopen. Wat er uiteindelijk allemaal uit voortkomt dat weet ik niet, maar ik weet wel dat we hier in ieder geval op de schaal die mogelijk is willen bijdragen aan een betere wereld.’ Geld is nooit de doelstelling van zijn bedrijven, antwoordt Beelen als er gevraagd wordt hoe belangrijk winstgevendheid is ten opzichte van het maatschappelijke belang.
Een goed concept met de juiste pijlers, brengt volgens Beelen altijd geld op. ‘Er komt een datacenter en we gaan zelf stroom opwekken, opslaan in het batterijpark en dit delen met de buurt – dat levert geld op. We maken er kantoorruimte en een laboratorium voor start-ups – daar kunnen we huur over vragen. Er is een restaurant, en een supermarkt waar we onze producten verkopen. Zo kun je het financiële plaatje bij elkaar puzzelen.’